Hulp bij tobben.  Gordonvaardigheden daar heb je wat aan!

Al twintig jaar, in december, nodigt Chris mij uit voor een etentje in het WG-café. Een jaarlijkse traditie, die mij dierbaar is. Chris is een ex-collega met wie ik in het verleden een aantal jaren intensief samenwerkte. Nu we beide met pensioen zijn nodig ik Chris uit voor een voorjaarsetentje elders in de stad en zien we elkaar 2x per jaar.

Het is december. Ik kijk uit naar het mailtje van Chris. Tevergeefs.

In plaats van de verwachtte uitnodiging komt er een digitale Nieuwjaarskaart. Ik snap het niet, maar stuur een bedankmail met goede wensen terug.

En dan ga ik malen, hoe kan dit?  

Zal ik een mail sturen en vragen waarom hij geen uitnodiging stuurt en of er misschien iets mis is? Ik heb dat ooit eerder gedaan en toen was hij het gewoon vergeten. Stel dat hij het weer vergeten is, ik wil me niet opdringen. Maar waarom dan wel een Nieuwjaarskaart?

 Nog voor ik tot een besluit gekomen krijg ik een mail van Chris: Hoe gaat het met je? Zit er nog een winters etentje voor ons in? Of wachten we tot het voorjaar?

Krijg nou wat. Geen rechtstreekse uitnodiging voor een etentje? Is dit een verkapte manier om te zeggen dat hij nu niet wil afspreken en moet ik dat dan beslissen?

Waarom zegt Chris dat dan niet gewoon? Dat moet toch kunnen tussen ons. Ik voel irritatie, teleurstelling. Hoe ga ik hierop reageren?

 Het is in dit soort situaties dat ik de tijd neem en mijn Gordonvaardigheden er heel bewust bij pak alvorens te reageren.

Stap 1   Wat is er aan de hand

  • Wat zijn mijn verwachtingen/overtuigingen.

  • Waarom ben ik verbaasd/ geërgerd?

  • De gebeurtenissen onbevooroordeeld bekijken. De feiten

Stap 2   Wat bedoelt de ander eigenlijk te zeggen?

  • Actief luisteren (acceptatie, interpreteren en vragen of je interpretatie klopt)

Stap 3    Wat vind ik ervan?

  • Spreken in ik-boodschappen. (Open en eerlijk)

  1.   Ik verwacht een uitnodiging in december.   

    Ik krijg een digitale nieuwjaarskaart. Mijn mail bestaat uit een bedankje en nieuwjaarswensen, zonder verwijzing naar onze etentjes.

  2.  Kan het zijn dat Chris op basis van mijn mail denkt dat ik geen afspraak wil maken en daarom zijn uitnodiging nogal vrijblijvend geformuleerd heeft omdat hij zich niet wil opdringen. 

  3. Daarna is het formuleren van een antwoord mail niet moeilijk meer.

Ik schrijf dat ik zijn mail niet goed snap en een duidelijker uitnodiging had verwacht. Het is immers winter, zijn beurt om te organiseren (verwachting formuleren)

Ik vraag of hij misschien redenen heeft om te denken dat ik nu niet wil afspreken? Ik vraag of hij zelf misschien pas in het voorjaar afspreken. ( Interpretatie checken)

Ik spreek mijn waardering voor onze etentjes uit en dat ik graag of nu en/of in het voorjaar wat wil afspreken (Ik-boodschappen).

Per kerende mail krijg ik antwoord. Misverstand: Chris had in zijn hoofd dat ik het winteretentje organiseerde en had op mijn uitnodiging zitten wachten.

Opmerkelijk: de gedachte dat ik me vergiste en het mijn beurt zou zijn om te organiseren is, vreemd genoeg, niet in mijn hoofd opgekomen.

 Eind goed, al goed. We hebben volgende week een afspraak. Ik verheug me erop.

Het had ook anders kunnen lopen. Onuitgesproken verwachtingen kunnen tot grote conflicten leiden, relaties om zeep helpen. Zeker wanneer je boos wordt en je je in eigen gelijk en verontwaardiging vastbijt en van daaruit reageert.

Zoals zo vaak ben ik blij dat het gedachtegoed van Thomas Gordon op mijn pad gekomen is.

 

Puber of Volwassen

We hebben de verjaardag van mijn man groots gevierd met gasten uit alle perioden uit zijn leven. Er waren dus ook oud-leerlingen uit zijn begintijd als docent. Sommigen van hen kwamen destijds in het weekend helpen op het grote zeilschip dat we toen aan het opbouwen waren. Het was een fantastische tijd. Leerlingen kwamen bij ons over de vloer, we zaten soms met wel zijn tienen aan tafel. Inmiddels zijn het mannen en vrouwen met grote kinderen. Hen hadden we uitgenodigd. Zo ook Gosse

Gosse, destijds en ook nu nog, een idealistisch en ondernemend mens haalt tijdens het feest een herinnering op: “Hendrik, ik weet het nog goed. Ik spijbelde bij het leven en op een dag zei jij  terloops tegen mij: Gosse, als je op deze manier doorgaat op school, blijf je zitten. Dat weet je toch hé?

Het was de eerste keer dat ik me op school als een volwassene aangesproken voelde. Het was een stuk effectiever dan de preken die ik van andere docenten kreeg.”

Dat is het risico van preken.  Je woordkeus en toon bevatten altijd een extra boodschap,  één die los staat van de wat je de ander wilt zeggen. Dat is de relatieboodschap, Wie preekt zegt: Ik ben wijzer dan jij en ga je vertellen wat je moet doen.

Gosse zag zich toentertijd als volwassen, gelijkwaardig, hij wilde serieus genomen worden. Preken roept dan alleen maar weerstand op en schiet zijn doel voorbij.

Gosse bleef niet zitten.

Waarom een training? Ik lees liever een boek.

Niemand heeft ooit piano leren spelen door er een boek over te lezen.

Een muziekinstrument bespelen leer je door te doen, door te spelen, te spelen en te spelen. Geen enkel boek en geen enkele theorie kunnen de plaats innemen van oefening en eigen ervaring. Je kunt daarbij veel leren van iemand die zelf speelt en veel ervaring heeft. Maar geen enkele leraar vervangt je eigen oefening.

Uit: Mindfulness Edel Maex

Wat voor pianospelen geldt, geldt voor elke vaardigheid of het nu om fysieke, mentale of verbale vaardigheden gaat. Alleen training leidt tot gewoontevorming, de vaardigheden worden geautomatiseerd. Je gebruikt ze min of meer vanzelf.

Het is uit deze overtuiging dat de cursussen die wij aanbieden uit 10 bijeenkomsten bestaan. Dat brengt  een blijvende verandering in communicatiestijl binnen bereik.

lezen kleipoppetjes.jpg



Ik wil niet wandelen.

“Weet je,” zei je. “Weet je waarom ik zo’n hekel had aan wandelen als kind?
Jullie liepen harder dan ik en soms stonden jullie dan stil. Om op mij te wachten dacht ik dan. En ik liep zo snel als ik kon. Maar als ik dan bijna bij jullie was begonnen jullie alweer te lopen. Je wachtte niet op mij. Ik raakte opnieuw achter, verdrietig, want jullie wachtten niet op mij en ik kon nooit rusten.

 Ik herinner het me, ook de ergernis. Ik heb het toen niet bedacht en jij kon het me toen nog niet met woorden vertellen.

jongen wandelen.jpg