"FFCHECKEN"

Overleven onder zeeniveau 

“Weet je nog” zegt mijn volwassen dochter, “dat ik een tijd lang in een bananendoos sliep met mijn zwemvest aan?”

Ik glimlach: “Ja, dat weet ik nog wel. Je was een jaar of vijf, zes, we hadden in de vakantie gevaren met opa en oma en dat was je kennelijk goed bevallen. Echt gemakkelijk zag het er niet uit, maar het leek me niet nodig om er tegenin te gaan. Het zou wel weer over gaan. Tot mijn verbazing hield je het dagen lang vol.”

“Wist je waarom ik het deed? Ik had op school gehoord dat Nederland onder zeeniveau ligt. Mijn zus lag in een “bovenbed”, jij en papa konden zwemmen, het leek me dus verstandig mijn maatregelen te nemen. Het lag echt niet lekker hoor, met die harde rand in mijn nek”

“Oh, dat wist ik niet, was je niet bang? Waarom heb je dat niet verteld?” zeg ik verbaasd“Nee, ik was niet bang. Op deze manier kon me niets gebeuren en kennelijk vroeg jij er niet naar. ”

Ik weet, het is me veel vaker overkomen en het overkomt me nog steeds wel.  Je verzint een verklaring voor het gedrag van de ander en neemt dat voor waar aan. Vanuit jouw waarheid ga je handelen, dingen zeggen of doen. In dit geval heeft het ertoe geleid dat ik een prachtig gesprek met mijn kind ben misgelopen. 

Het kan echter ook faliekant verkeerd uitpakken en tot conflicten leiden, wanneer je handelt op basis van een verkeerde interpretatie.

“FFchecken”, is een communicatieve vaardigheid waarmee heel veel problemen voorkomt. Het is actief luisteren, nagaan bij de ander of jouw veronderstellingen over zijn gedachten beweegredenen en behoeften wel kloppen voordat je handelt.

Help, ik wil gewoon even rustig kunnen bellen

Een vredige ochtend. Je zit te strijken. Peter (3 jaar) speelt met zijn blokkendoos. Hij probeert de verschillend gevormde blokken door de gaten van het deksel te duwen. Als Peter klaar is begint hij opnieuw, steeds opnieuw.

Dan gaat de telefoon. Je zet de strijkbout veilig weg en neemt op. Je vriendin aan de telefoon.

Peter laat zijn blokkendoos in de steek. Hij trekt aan je mouw en roept: “Peter ook, Peter ook”. Je zegt: “Niet doen Peter”. Peter kijkt en laat je mouw los. Hij roept: “Peter ook” en klimt bij je op schoot. “Hou op Peter” en je zet hem van je schoot. Peter klimt weer op schoot en draait met zijn handje je gezicht naar zich toe en grijpt naar het toestel.

“Is nou afgelopen” roep je met stemverheffing en zet hem opnieuw van je schoot. Peter pakt zijn eigen telefoon, gaat vlak bij je zitten en begint hard in zijn telefoon te praten.

“En nu naar de gang” schreeuw je. ”Kun je nu echt niet luisteren” Peter staat in de gang en brult.

Terug aan de telefoon verzucht je: “zo gaat het nu altijd, eeuwig en altijd aandacht vragen.

Maar klopt je oordeel wel?  Vraagt Peter altijd en eeuwig aandacht en luistert Peter echt niet?

Peter heeft een tijd alleen gespeeld. Hij liet je mouw los, hij stopte met roepen en met op schoot klimmen. Hij pakte zijn eigen telefoon.

Hoe vanzelfsprekend is het eigenlijk dat Peter begrijpt wat jij wilt als jij zegt : “Niet doen, hou op, is het nou afgelopen, kun je nu echt niet luisteren”

Kan hij weten dat jij ongestoord met je vriendin wilt praten? En weet Peter van drie dat, dat niet gaat  als hij aan je mouw trekt of de telefoon vastpakt. En begrijpt hij dat als hij tegen jou praat of hard praat jij je vriendin niet meer kan horen. Misschien heb je hem dat gisteren nog verteld, maar hij is drie, kan hij dat onthouden en toepassen?

 Hoe zou het gaan als jij tegen je vriendin zegt: “Ik bel je zo terug. Ik ga even aan Peter zeggen dat ik jou zo op ga bellen en hem zeggen wat ik gedurende die tijd van hem verwacht en waarom ”

En dan nog wat. Hoe lang is een kind van drie, jouw kind, in staat zelfstandig spelen? Telefoneren in aanwezigheid van een peuter heeft zijn beperkingen.

Hulp bij tobben.  Gordonvaardigheden daar heb je wat aan!

Al twintig jaar, in december, nodigt Chris mij uit voor een etentje in het WG-café. Een jaarlijkse traditie, die mij dierbaar is. Chris is een ex-collega met wie ik in het verleden een aantal jaren intensief samenwerkte. Nu we beide met pensioen zijn nodig ik Chris uit voor een voorjaarsetentje elders in de stad en zien we elkaar 2x per jaar.

Het is december. Ik kijk uit naar het mailtje van Chris. Tevergeefs.

In plaats van de verwachtte uitnodiging komt er een digitale Nieuwjaarskaart. Ik snap het niet, maar stuur een bedankmail met goede wensen terug.

En dan ga ik malen, hoe kan dit?  

Zal ik een mail sturen en vragen waarom hij geen uitnodiging stuurt en of er misschien iets mis is? Ik heb dat ooit eerder gedaan en toen was hij het gewoon vergeten. Stel dat hij het weer vergeten is, ik wil me niet opdringen. Maar waarom dan wel een Nieuwjaarskaart?

 Nog voor ik tot een besluit gekomen krijg ik een mail van Chris: Hoe gaat het met je? Zit er nog een winters etentje voor ons in? Of wachten we tot het voorjaar?

Krijg nou wat. Geen rechtstreekse uitnodiging voor een etentje? Is dit een verkapte manier om te zeggen dat hij nu niet wil afspreken en moet ik dat dan beslissen?

Waarom zegt Chris dat dan niet gewoon? Dat moet toch kunnen tussen ons. Ik voel irritatie, teleurstelling. Hoe ga ik hierop reageren?

 Het is in dit soort situaties dat ik de tijd neem en mijn Gordonvaardigheden er heel bewust bij pak alvorens te reageren.

Stap 1   Wat is er aan de hand

  • Wat zijn mijn verwachtingen/overtuigingen.

  • Waarom ben ik verbaasd/ geërgerd?

  • De gebeurtenissen onbevooroordeeld bekijken. De feiten

Stap 2   Wat bedoelt de ander eigenlijk te zeggen?

  • Actief luisteren (acceptatie, interpreteren en vragen of je interpretatie klopt)

Stap 3    Wat vind ik ervan?

  • Spreken in ik-boodschappen. (Open en eerlijk)

  1.   Ik verwacht een uitnodiging in december.   

    Ik krijg een digitale nieuwjaarskaart. Mijn mail bestaat uit een bedankje en nieuwjaarswensen, zonder verwijzing naar onze etentjes.

  2.  Kan het zijn dat Chris op basis van mijn mail denkt dat ik geen afspraak wil maken en daarom zijn uitnodiging nogal vrijblijvend geformuleerd heeft omdat hij zich niet wil opdringen. 

  3. Daarna is het formuleren van een antwoord mail niet moeilijk meer.

Ik schrijf dat ik zijn mail niet goed snap en een duidelijker uitnodiging had verwacht. Het is immers winter, zijn beurt om te organiseren (verwachting formuleren)

Ik vraag of hij misschien redenen heeft om te denken dat ik nu niet wil afspreken? Ik vraag of hij zelf misschien pas in het voorjaar afspreken. ( Interpretatie checken)

Ik spreek mijn waardering voor onze etentjes uit en dat ik graag of nu en/of in het voorjaar wat wil afspreken (Ik-boodschappen).

Per kerende mail krijg ik antwoord. Misverstand: Chris had in zijn hoofd dat ik het winteretentje organiseerde en had op mijn uitnodiging zitten wachten.

Opmerkelijk: de gedachte dat ik me vergiste en het mijn beurt zou zijn om te organiseren is, vreemd genoeg, niet in mijn hoofd opgekomen.

 Eind goed, al goed. We hebben volgende week een afspraak. Ik verheug me erop.

Het had ook anders kunnen lopen. Onuitgesproken verwachtingen kunnen tot grote conflicten leiden, relaties om zeep helpen. Zeker wanneer je boos wordt en je je in eigen gelijk en verontwaardiging vastbijt en van daaruit reageert.

Zoals zo vaak ben ik blij dat het gedachtegoed van Thomas Gordon op mijn pad gekomen is.

 

Puber of Volwassen

We hebben de verjaardag van mijn man groots gevierd met gasten uit alle perioden uit zijn leven. Er waren dus ook oud-leerlingen uit zijn begintijd als docent. Sommigen van hen kwamen destijds in het weekend helpen op het grote zeilschip dat we toen aan het opbouwen waren. Het was een fantastische tijd. Leerlingen kwamen bij ons over de vloer, we zaten soms met wel zijn tienen aan tafel. Inmiddels zijn het mannen en vrouwen met grote kinderen. Hen hadden we uitgenodigd. Zo ook Gosse

Gosse, destijds en ook nu nog, een idealistisch en ondernemend mens haalt tijdens het feest een herinnering op: “Hendrik, ik weet het nog goed. Ik spijbelde bij het leven en op een dag zei jij  terloops tegen mij: Gosse, als je op deze manier doorgaat op school, blijf je zitten. Dat weet je toch hé?

Het was de eerste keer dat ik me op school als een volwassene aangesproken voelde. Het was een stuk effectiever dan de preken die ik van andere docenten kreeg.”

Dat is het risico van preken.  Je woordkeus en toon bevatten altijd een extra boodschap,  één die los staat van de wat je de ander wilt zeggen. Dat is de relatieboodschap, Wie preekt zegt: Ik ben wijzer dan jij en ga je vertellen wat je moet doen.

Gosse zag zich toentertijd als volwassen, gelijkwaardig, hij wilde serieus genomen worden. Preken roept dan alleen maar weerstand op en schiet zijn doel voorbij.

Gosse bleef niet zitten.