Op tijd naar bed, even tijd voor jezelf

Een drukke dag. Kinderen ophalen, koken en dan aan tafel.

Marlies (6 jaar) en Jeroen (3 jaar) eten hun bordje leeg. Marlies vertelt haar vader, Vincent, over het verhaal dat juf heeft voorgelezen. Jullie bespreken de plannen voor het weekend. Jeroen laat zien hoe goed hij al kan snijden. Je geniet van de maaltijd, de gezelligheid.

Na het eten brengt Vincent Jeroen naar bed. Daarna gaat hij de hond uitlaten. Marlies mag helpen met de afwas. Ze babbelt honderduit.

Moe ben je, je denkt: Nu zo meteen Marlies naar bed en dan heb ik heerlijk een uurtje voor mezelf. Het boek op tafel lonkt.

Half acht. “Hoplakee Marlies, bedtijd, naar boven.” Marlies is nog niet klaar. Ze moet nog vertellen en vragen. Je luistert met een half oor en beantwoordt haar vragen terwijl je je ongeduld verbergt.

“Kom meisje, nu echt naar bed anders ben je morgen moe”. Marlies: “Nee hoor ‘s ochtends ben ik nooit moe. Waarom moet je eigenlijk slapen als je niet moe bent? Mijn pop slaapt nooit.”

“Alle kinderen moeten 's nachts slapen en je beer slaapt ook al, die ligt op bed op jou te wachten. Schiet nou maar op”, zeg je.

“Nee hoor, beer vindt het helemaal niet erg om alleen te slapen, daar merkt hij niks van.”  Je zucht.

Zo gaat het nog een tijdje door. Tien voor acht. Daar gaat je vrije uurtje.

“En nu is het afgelopen, naar boven jij, trek je pyjama aan. Ik kom zo je tanden poetsen en ik wil je niet meer horen, je moet niet zo lijn trekken”, val je ineens uit.

Marlies gaat huilend naar boven en jij baalt: Het was zo gezellig, dat kind ook. Waarom doet ze niet gewoon wat er gezegd wordt? Je goede stemming, je vrije uurtje helemaal bedorven.

Is Marlies een kind dat lijn trekt, een kind dat niet luistert en zeurt? Had Marlies werkelijk uit alles wat jij gezegd hebt kunnen begrijpen dat jij wat tijd voor jezelf nodig hebt? Kon ze weten dat ze jouw plannen door de war stuurt?

Zou het anders verlopen zijn als je gezegd had: “Bedankt voor het afwassen. Het is nu tien voor half acht. Ik wil dat je om half acht naar je bed gaat, dan heb ik nog een uurtje voor mijzelf om in mijn boek te lezen. Zo’n mooi boek.”

Met zo’n verklarende ik-boodschap maak je het de ander mogelijk om rekening met jou te houden.