Belazerd?

Bij de albert cuypmarkt aangekomen kijk ik naar het horloge om mijn pols. De onder- en bovenzijde van het horlogebandje zijn van elkaar losgeraakt. Het horloge staat stil. Twee maanden geleden heb ik een leren bandje en een batterijtje gekocht, ginds bij het eerste horlogestalletje aan mijn rechterhand. Alles betaald en nu al kapot.

horloges.jpg

Wat zal ik doen? Teruggaan naar de verkoopster en confronteren of mijn verlies nemen en elders nieuwe kopen? Confronteren; ik zie er altijd een beetje tegenop. Wat ik het moeilijkst vind, is het moeten aanzien van de reactie van schrik en ongemak die ik bij de ander teweeg breng.

Vooruit. Ik recht mijn rug en neem even tijd om te bedenken wat ik precies wil bereiken: Ik wil, zonder ruzie, een ander bandje en een nieuw batterijtje.

Ik herken de vrouw in het stalletje. Een jaar of vijftig, klein, wat gezet en gebogen. Het, uitgegroeide rood geverfde, haar in een scheve knot. Ze lijkt wat minder chagrijnig dan de vorige keer. Terwijl ze aan een horloge prutst mompelt ze:  “Ik ben zo bij u”. Ik doe mijn horloge vast af.

Eindelijk is ze klaar en kijkt me aan. “Ik zit met een probleem. Mijn horlogebandje is stuk en het horloge staat stil” Ze kijkt me welwillend aan en strekt haar hand uit: “Laat eens kijken.”

Ik leg het horloge in haar hand: “Ik heb het bandje en batterijtje ongeveer twee maanden geleden hier bij u gekocht.” Ze kijkt me niet meer aan en haalt het batterijtje eruit. “Dat heb je niet hier gekocht, het is een maxwell. Ik werk alleen maar met Sony” zegt ze kortaf. 

“Dat is vervelend” zeg ik, "want nu is het mijn woord tegen uw woord” Het blijft even stil. “Ik zet er anders zo een ander batterijtje in hoor” zegt ze. “Graag” zeg ik. Na een tijdje zegt ze: “Misschien zat de oude er nog in.”  "Zou kunnen" zeg ik.

Dan het bandje. “Wat heb je ervoor betaald?”  vraagt ze. “10 euro” zeg ik. Ze loopt naar een bord en haalt er een bandje af. Zonder verder overleg monteert ze het aan mijn horloge.

“Nou hier dan, maar je moet niet zeggen dat ik je dat andere batterijtje verkocht heb, want dat is niet zo.” Ik neem het horloge aan en bedank haar hartelijk.

Missie geslaagd, dankzij de Gordonmethode: hou je bij de feiten en geef geen oordeel over de ander. De ander neemt vaak, de door jou gehanteerde spreekwijze over.

Hoe zou gelopen zijn als ik mijn confrontatie begonnen was met de woorden: “Ik heb hier twee maanden geleden een bandje en een batterijtje gekocht en u hebt me belazerd, dat bandje is niet van leer en het batterijtje was vrijwel leeg”