Feedback via een omweggetje

Harold en Mieke zitten in de auto. Harold rijdt hard. Veel te hard, vindt Mieke, het maakt haar onrustig en bang. Haar mond staat strak als ze zegt: "Hé, rij eens wat rustiger," waarop Harold antwoordt: "Waar bemoei je je mee, ik bepaal zelf wel hoe hard ik rijd." Het gesprek loopt uit op ruzie. Waar zit hem dat in? 

Door de woordkeus en toon vindt Harold dat Mieke hem commandeert en zich daarmee als meerdere opstelt. Dat pikt hij niet, vandaar zijn antwoord. Hard of minder hard rijden, dat interesseert hem op dit moment niet eens. Hij wil vooral Mieke laten weten dat zij niet de baas over hem moet spelen.    

Communicatie is gelaagd. Behalve de informatie (de boodschap) die je bewust wil overbrengen, vertel je door woordkeus (verbaal) en lichaamstaal (non-verbaal) nog veel meer. Onder andere iets over de relatie die je met de ander denkt te hebben. In dit voorbeeld gaat het daarbij om het relatieaspect gelijkwaardig/ ongelijkwaardig. Wie is de baas! Veel mensen geven, net als Harold, "lik op stuk" als iemand die zij als gelijke beschouwen, hen commandeert of over hen oordeelt. Het is de bron van veel onbedoelde conflicten. 

verkeersbord 80.png

Mieke constateert dat haar manier van feedback geven niet werkt en uitloopt op ruzie.  De volgende keer kiest ze daarom voor een andere benadering, een omweggetje. Ze merkt op: "Harold, je mag hier maar 80 hoor" En dan zegt Harold: "Weet ik" en rijdt zonder gas terug te nemen verder. Hij negeert bewust of onbewust de verborgen boodschap in de woorden van Mieke, namelijk: "ik heb liever dat je 80 rijdt". Mieke wordt boos en zegt: "Je snapt best dat ik bedoel dat je niet zo hard moet rijden." Mieke is terug bij af als Harold zegt: "Waar bemoei je je mee."

Wie bewust of onbewust via een omweggetje feedback geeft, is niet heel duidelijk en zal moeten afwachten of de ander in staat en bereid is om actief te luisteren naar de verborgen boodschap. 

Omdat de relatie tussen Harold en Mieke regelmatig verstoord wordt door misverstanden in de communicatie, gaan ze naar een communicatietraining. Ze leren daar om duidelijke feedback te geven. 

Als Harold weer eens te hard rijdt als ze in de auto zitten en Mieke bang wordt, zegt ze: "Harold, je rijdt 100 op een weg waar je tachtig mag. Ik ben bang als je zo hard rijdt. Wil je alsjeblieft 80 rijden." De boodschap is nu glashelder. Harold snapt nu wat er in Mieke omgaat en haalt zijn voet van het gaspedaal.

Maar het kan ook dat hij zegt: "Bang, is dat niet wat overdreven?" of "Ik pas echt wel goed op hoor."

Mieke overdrijft  echter niet, ze is echt bang en dat klinkt nu door in haar stem: "Harold, het kan zijn dat jij die angst overdreven vindt, ik voel die angst echter wel." of "Harold, ik weet dat jij goed oppast en vindt dat ik daarom niet bang hoef te zijn, alleen dat helpt niet. Ik ben gewoon bang"

Harold is nu overtuigd van haar angst en neemt gas terug. Hij vindt hard rijden niet belangrijker dan rekening houden met de gevoelens van Mieke.