Frustratie

Het is feest. Groot feest. Mijn zwager viert zijn zeventigste verjaardag. De ruimte is gevuld met vrienden en familie. Ik speur de ruimte rond op zoek naar zijn kleinkinderen. Ik heb ze lang niet gezien. Ah daar zit Jos, drie jaar oud.  Hij zit aan een tafel met zijn vader en een kleurboek. Ik ga bij hen aan tafel zitten. Ik kijk naar Jos, zeg hem gedag.

Auteursrecht: <a href='https://nl.123rf.com/profile_fasphotographic'>fasphotographic / 123RF Stockfoto</a>

Jos kijkt even naar mij en dan weer weg. Hij zegt niets. Ik kijk naar hem. Hij pakt een kleurpotlood, legt het weer neer, pakt een andere en legt die ook weer neer. Hij kijkt schuins naar mij.  Ineens haalt hij uit en slaat mij in het gezicht. “Wat doe je nu” roept zijn vader met harde stem Hij pakt Jos’ hand stevig vast “Je mag toch niet zomaar slaan” Jos zwijgt en draait zich om.

Ik ben geschrokken. Waar kwam dit vandaan?

Pas later realiseer ik me dat ik hem ongegeneerd heb zitten te bekijken

Jos is drie en voelde zich ongemakkelijk onder mijn blik. Dat nare gevoel heeft met mijn  aanwezigheid te maken. Het hoe en waarom ontgaat hem, maar hij wil wel dat het stopt.

Een tekst als “Als u zo naar mij kijkt vind ik dat niet prettig” , zal je een driejarige niet horen zeggen. Als je het waarom niet precies kent, als je de woorden nog niet hebt moet je handelen en dat doet hij en effectief.

Jammer dat ik niet adequaat reageerde met een “actief luisterreactie”: “Oh ik merk dat je het vervelend vind als ik zo naar je zit te kijken, je wilt dat ik daarmee op houd” Zo leert een kind en kan hij het op den duur zijn ongenoegen met woorden uiten. 

In plaats daarvan kreeg niet ik, maar hij een standje voor onbeleefd gedrag.

Source: Auteursrecht: