Weerstand

Michiel tekent met kleurpotloden. Bovenin tekent hij een gele zon met heel veel stralen. Er is ook een wolk. Nu is hij met het paard bezig. Dat is best lastig. Hij denkt vooruit, straks moet er nog gras komen en bloemen. Heel veel bloemen.

Moeder komt binnen. “Michiel, kom eens hier. Je moet deze trui even passen”. Michiel heeft een potlood in zijn hand en maakt het gras groen. Hij kleurt maar door, het wordt een hele grote weide.  Moeder zegt: “Hè, kom nou even hier. Leg die potloden weg. Je wilt toch wel een nieuwe trui zeker? ”Michiel gooit het potlood neer en loopt  naar zijn moeder. Zijn schoenen stampen op de grond. Hij laat zich de trui over het hoofd sjorren.

“Werk nou toch even mee” zegt moeder geïrriteerd. “Het is toch leuk een nieuwe trui. Wat doe je nou toch vervelend”

 

potloden.jpg

 

Herkenbaar? Wat zou er gebeuren als moeder anders begint?

Moeder komt binnen. Ze ziet Michiel kleuren, met het puntje van zijn tong uit zijn mond. Ze loopt naar hem toe.  “Wat teken je Michiel? Wordt het mooi?” Michiel kijkt op en knikt. Zijn ogen stralen: Kijk maar mam, hier is de zon en zie je het paard? Ik ben nu bezig met het gras. Daar komen straks nog bloemen in.

”Moeder kijkt: “Als ik naar die zon kijk voel ik de warmte en het paard, dat is echt goed gelukt zeg.  Hé Michiel, als je zo met het gras klaar bent kun je dan even je nieuwe trui passen, dan weet ik hoeveel ik nog verder moet breien. Als jij dan daarna je bloemen in het gras tekent kan ik verder breien aan de trui, dan schiet het lekker op. Michiel legt zijn potlood weg, “ik pas nu wel even” zegt hij.