Zeggen wat je dwars zit

Marieke woont al geruime tijd in Amsterdam Oost. Tegenover haar woont een Marokkaans gezin. In het verleden groette men elkaar vriendelijk. Nu al geruime tijd niet meer. Het waarom daarvan ontgaat Marieke. Ze legt zich er maar bij neer, maar vindt het wel vervelend, ongezellig.

Als ze op een dag de deur uitgaat, komen de overbuurman en zijn vrouw ook net naar buiten. Marieke neemt een besluit en loopt op hen af: “Goedemiddag buurman, buurvrouw.

Mag ik iets vragen. We wonen al jaren lang tegenover elkaar. Vroeger groeten we elkaar, maar tegenwoordig niet meer.” (De feiten beschrijven) “Nou” zegt de man,  "er is in die al die jaren anders wel heel wat veranderd in deze buurt.” Zijn wenkbrauwen zijn gefronst.  Marieke: “Ja, dat is zo en toch woon ik al die tijd met plezier tegenover u. In een buurt als deze kunnen we er samen wat van maken. Ik vind het prettig als we elkaar groeten.” (Verklarende Ik-boodschap) Ze steekt hem haar hand toe en zegt: “Ik heet Marieke”. Daarna stelt zij zich ook aan zijn vrouw voor. Hij glimlacht. “Tot ziens”zegt ze.

regen op de stoep.jpg

De volgende dag komt ze naar buiten. Het regent. Buurman staat op zijn balkon: “Goedemiddag buurvrouw, ik zou maar een paraplu meenemen, het regent zo”