Passiebloem en worteltjes

De passiebloem voor mijn deur moet nodig worden gefatsoeneerd. Het is warm. Door het open raam hoor ik mijn benedenbuurvrouw praten. Ze spreekt, zo te horen, met een jonge vrouw en is intussen aan het koken. Ik volg het gesprek niet.

Dan roept ze: “Aan tafel!” Ze heeft drie jongens in de basisschoolleeftijd.

“Wat eten we?” vraagt een kinderstem.  “We eten heerlijk worteltjes” klinkt het opgewekte antwoord.   “Maar je weet dat ik worteltjes haat!” roept het jongetje uit.   “Nou, dat kun je ook wel anders zeggen,” zegt zijn moeder. “Je weet toch best dat ik worteltjes haat,” klinkt het weer, huilerig nu.  “Ga niet zo tekeer en ga maar liever eten.”

Het gesprek stopt. De passiebloem is klaar en ik ga peinzend weer naar boven.

Een overbodig conflict?

Ik veronderstel dat het jongetje verontwaardigd is dat zijn moeder het over heerlijke worteltjes heeft, terwijl hij ze haat.

Was het een grapje? Was ze het vergeten? Een opmerking als ”Ik maakte maar een grapje, maar je vindt het niet leuk, sorry,” of “Oh dat was helemaal ik vergeten, dat je helemaal geen worteltjes lust,” had escalatie kunnen voorkomen.