Ik wil niet wandelen.

“Weet je,” zei je. “Weet je waarom ik zo’n hekel had aan wandelen als kind?
Jullie liepen harder dan ik en soms stonden jullie dan stil. Om op mij te wachten dacht ik dan. En ik liep zo snel als ik kon. Maar als ik dan bijna bij jullie was begonnen jullie alweer te lopen. Je wachtte niet op mij. Ik raakte opnieuw achter, verdrietig, want jullie wachtten niet op mij en ik kon nooit rusten.

 Ik herinner het me, ook de ergernis. Ik heb het toen niet bedacht en jij kon het me toen nog niet met woorden vertellen.

jongen wandelen.jpg