Jij-boodschappen en ...

waarom je ze vaak maar beter niet kan gebruiken.

"Jij moet …; jij bent …" zijn veel gebruikte jij-boodschappen.

Met een jij-boodschap stel je jezelf boven de ander. In deze relatie toon jij je (op dit moment, op dit gebied) de meerdere, de baas. Dat heeft gevolgen.

Als de ander het met deze relatiedefiniëring eens is, is er niet veel aan de hand; de boodschap is duidelijk en  het leidt,  meestal, niet tot conflict of ruzie. Al vinden veel mensen een jij-boodschap wel onvriendelijk klinken.

Maar oh wee, als de ander het met deze relatiedefiniëring niet eens is, dan heb je de poppen aan het dansen. Een veel voorkomende reactie is dan iets in de trant van: “wie denk jij dat je bent dat …” 

Voorbeelden:

De baas zegt tegen de werknemer: “Je moet wel zorgen dat die opdracht vanavond af is”
Wat zou er gebeuren als de werknemer precies diezelfde tekst tegen zijn baas uitspreekt?

Tegen je kind: “je moet tafeldekken”
Hoe zou je partner reageren als je dat tegen hem zegt?

“Dat heb je niet slim aangepakt, doe niet zo dom”
Tegen wie kan je dat wel en niet zeggen?

Commanderen, oordelen, preken, beschuldigen, het zijn allemaal jij-boodschappen.

De essentie van een jij-boodschap is dat je je hiermee als meerdere presenteert. Het woordje “jij” hoeft er niet eens in voor te komen. “Doe dat” is een jij-boodschap. Veel ruzies tussen mensen gaan niet over de zaak, (bijvoorbeeld een opgedragen taak), maar over de manier waarop iets gezegd is. Ze kissebissen dan soms over, bijvoorbeeld, de zinvolheid van de taak, terwijl hun ergernis voortkomt uit de manier waarop die opdracht is gegeven.

In jij-boodschappen spreken tijdens een meningsverschil is contraproductief. Het conflict zal in de regel escaleren, met ruzie en schade aan de relatie tot gevolg. De aanleiding van het conflict, de zaak, is dan al haast vergeten.