Ik wil naar bed!

Het is avond. Hendrik, mijn man, zit achter zijn computer. Ik gaap, moe ben ik. Ik loop naar hem toe, geef hem een kus en zeg dat ik naar bed ga. “Kijk nou toch eens” zegt hij enthousiast.

Om niet onaardig te zijn, luister en kijk ik. Maar alles in mij verzet zich. Ik wil niet luisteren en kijken. Ik wil naar bed, nu meteen, EN ik wil niet onaardig zijn. Dus blijf ik naast hem staan, kijk en veins aandacht.

Het gebeurde me keer op keer en ik nam Hendrik eigenlijk kwalijk dat hij geen rekening met me hield.

Maar hoe doe je dat, zorgen dat anderen rekening met je (kunnen) houden?

Anderen kunnen pas rekening met je houden als ze je kennen,  als je je laat kennen. En dat klinkt simpeler dan het vaak is. 

Ik was het me zelf maar nauwelijks bewust dat ik met de uitspraak, “ik ga naar bed” kennelijk de dag en mijzelf afsloot. Dus hoe kon Hendrik dat weten? Ik had het hem niet verteld en voor hem ligt dat anders. 

Pas toen ik precies wist wat mijn bron van ergernis was, kon ik dat bespreken en deed dat tijdens de maaltijd.

Met de vaardigheid spreken in ik-boodschappen kan je veel problemen voorkomen.  Als je in "verklarende ik-boodschappen" spreekt, maak je het de ander mogelijk om rekening met je te houden.

Kenmerken van de verklarende ik-boodschap zijn: 

  • Praat alleen over en namens jezelf en wees eerlijk. 
  • Overdrijf niet en koppel vooral negatieve informatie niet aan de ander.
  • Motiveer je uitspraken zo mogelijk. Dat geeft de ander de mogelijkheid zich in te leven.
  • Doe dat bij voorkeur niet tijdens een conflict, maar op rustige momenten, daar kan je dan in een conflictmoment aan refereren.

Voorbeelden

  • 'Ik vind lauwe koffie niet lekker' (NIET: Je brengt me lauwe koffie, dat vind ik verschrikkelijk) 
  • 'Ik heb er een hekel aan als mensen later komen dan beloofd. Het maakt me onrustig, ik kan me dan niet concentreren. Voor mij is wachten verloren tijd'. (NIET: Ik haat het als je te laat komt)
  • 'Vroeg naar bed gaan is voor mij belangrijk, als ik te weinig slaap komt er de volgende dag weinig uit mijn handen'.(NIET: Daar moet je nu niet mee aan komen, ik wil naar bed.