Is de het volgen van de Gordoncursus: “effectief omgaan met kinderen”, zinvol? In het verleden heb ik mijn medewerking verleend aan twee studenten.

In het kader van hun studie Master Opvoedingsondersteuning aan de Universiteit van Amsterdam (2006-2007) deden Daniëlle Onstwedder en Saskia Versteeg een onderzoek. Hier volgt hun verslag.

Claar Donkers

 

De Gordon-oudercursus: “effectief omgaan met kinderen

M435 “THEORIE EN INTERVENTIE OP MICRONIVEAU
MASTER OPVOEDINGSONDERSTEUNING 2006-2007
DANIËLLE ONSTWEDDER EN SASKIA VERSTEEG

1.         Inleiding

Voor u ligt een verslag over de Gordon-oudercursus “effectief omgaan met kinderen”. Behandeld wordt wat deze Gordon-oudercursus inhoudt, wat de ervaringen met de cursus zijn en of het werkt. Dit verslag is onderdeel van het vak “theorie en interventie op microniveau” van het mastertraject opvoedingsondersteuning van de Universiteit van Amsterdam.

Een van de redenen voor het schrijven van dit verslag volgt uit het citaat van Klein Poelhuis e.a. (2000):” Hoewel de populariteit van Gordon in de praktijk van de opvoedingsvoorlichting en preventie van opvoedingsproblemen juist lijkt te zijn gegeroeid, valt op dat er geen adequate studies naar de effectiviteit van de Gordon0cursussen zijn verricht in het afgelopen decennium”.

In dit verslag komen allereerst de theorie en de achtergronden van de cursus aan de orde. Vervolgens wordt stilgestaan bij de praktijkaspecten van de cursus. De effectiviteit van de cursus komt daarna aan bod gevolgd door enkele opmerkingen ten aanzien van het belang van de cursus.

Aan de hand van relevante wetenschappelijke literatuur, het bijwonen van een cursusavond, interviews met Gordon-trainers, een trainer van Gordon-trainers en gesprekken met ouders die de cursus volgen, zijn de gegevens verzameld om de effectiviteit van de Gordon-oudercursus kritisch te kunnen belichten.

Via deze weg willen wij allen die mee hebben gewerkt aan de totstandkoming van dit verslag hartelijk danken.

2.         Gordon-oudercursus “effectief omgaan met kinderen”

            2.1       Theorie en achtergrond

            Een oudercursus wordt gedefinieerd als een gestructureerde cursus over opvoeding, gegeven door professionele trainers aan groepen ouders die aangeven problemen te ervaren meer één of meerdere kinderen en waarvan de duur en inhoud van tevoren vaststaat en door de trainers bepaald wordt (Van Londen en Van Londen-Barentsen, 1982, in Vandemeulebroecke, 2002).

            De Gordon-cursus “effectief omgaan met kinderen”, ook wel de “Parent Effectiveness Training” genoemd, is ontwikkeld door en gebaseerd op de theorie van de Amerikaanse kinderpsycholoog dr. Thomas Gordon (1918-2002). Gordon heeft zijn theorie gebaseerd op de  client-centered therapy van de humanistisch psycholoog Carl Rogers (Vandemeulebroecke, 2002), na zijn confrontatie met stoornissen in de ouder-kindrelatie, tiener-rebellie en jeugdcriminaliteit. De theorie van Gordon gaat uit van het idee dat het gebruik van macht binnen relaties schadelijk is (Gordon, 1970).

            Het doel van de cursus is het stimuleren van een hechte, warme en gelijkwaardige ouder-kind relatie gebaseerd op wederzijdse acceptatie en gevoelens en respect. (Vandemeulebroecke, 2002). Gordon (1970) veronderstelt dat het hebben van wederzijds respect niet vanzelfsprekend is en dat dit vergroot kan worden door ouders specifieke communicatietechnieken aan te leren. De cursus is voornamelijk op ouder-kind communicatie gericht. Er wordt verondersteld dat mensen in staat zijn hun eigen problemen op te lossen (Vandemeulebroecke, 2002). Gordon (1980, in Poelhuis e.a. 2000) claimt dat de cursus effecten heeft op drie aspecten van de opvoeding namelijk, opvoedingshouding en opvoedingsgedrag van de ouders en gedrag van het kind. De verandering in de opvoedingshouding zouden tot veranderingen in het opvoedingsgedrag leiden, wat vervolgens zichtbaar zou moeten zijn in een verandering van het gedrag van het kind (Groenendaal, 1993, in Poelhuis e.a., 2000).

            Er zijn verschillende principes die tijdens de cursus centraal staan. Het eerste belangrijke principe is het denkraam. Dit model leert de ouder naar gedrag te kijken en in te schatten wat welk gedrag voor  wie een probleem is (ouder of kind), zodat een effectievere reactie mogelijk is. Het gedrags-oordeel is het tweede belangrijke principe wat de ouder leert. Dit houdt in dat de ouder een onderscheid leert maken tussen welk gedrag een kind vertoont en welk oordeel de ouder geeft aan dit gedrag. Het oordeel dat de ouder heeft, heeft effect op de reactie van de ouder op het gedrag van het kind. Actief luisteren, het derde principe, is het op invoelende wijze vertalen van de boodschap van de ander. Een voorbeeld van actief luisteren is vragen naar verduidelijking: “Bedoel je dat je …? De ouder kan door actief luisteren het kind laten merken dat het wordt geaccepteerd en het kind helpen zijn probleem zelf op te lossen. Het geven van ik-boodschappen wordt aangeleerd om de eigen behoeften, wensen, en meningen, zonder de ander te veroordelen, beoordelen of beschuldigen, kenbaar te maken en kan confronterend gebruikt worden wanneer de ouder een probleem ervaart. Een voorbeeld van een ik-boodschap is:” Ik voel dat ik zelf heel graag …”. Wanneer een ouder een confronterende boodschap geeft, kan een verzetsreactie opgeroepen worden. De ouder wordt geleerd hier door middel van overschakelen mee om te gaan. Wanneer ouder en kind beide een probleem hebben, spreekt men van een conflict. Een ander belangrijk principe is de overlegmethode, die ouders leert om te gaan met een moeilijk op te lossen conflict. Daarnaast leren ouders een zevental manieren om met waardenbotsingen, een ander belangrijk principe dat een vorm van een niet eenduidig op te lossen conflict inhoudt, om te gaan. Tot slot is het voorkomen van problemen, door bijvoorbeeld het gebruik van communicatietechnieken, een belangrijk principe dat geleerd wordt aan ouders (Gordon, 1970).

2.2       Praktijk

           In Nederland wordt de Gordon-oudercursus door trainers gegeven die opgeleid en gecertificeerd zijn door de stichting NET (Nederlandse Effectiviteits Trainingen, Purmerend). De stichting NET bezit de exclusieve rechten van het Gordon-programma, (gordontraining.nl). De oudercursus voldoet hiermee grotendeels aan de eerder gegeven definitie van een oudercursus (in Vandemeulebroecke, 2002). De cursus wordt sinds 1979 aangeboden in Nederland en 49.000 mensen (ouders, leerkrachten, leidsters kinderopvang, jongeren en leidinggevenden) hebben sindsdien kennisgemaakt met een van de Gordon-cursussen. Wereldwijd hebben ruim één miljoen mensen in 43 landen de afgelopen 30 jaar deelgenomen aan één van de cursussen uit het Gordon-programma (gordontrainingamsterdam.nl).

            De oudercursus “effectief omgaan met kinderen” bestaat uit 10 cursusavonden van elk tweeënhalf uur en bestemd voor alle ouders en opvoeders van kinderen tussen de 1 en 18 jaar. De deelnemers zijn over het algemeen hoog opgeleide vrouwen tussen de 30 en 39 jaar met kinderen in variërende leeftijden. De meeste deelnemers komen met de vraag hoe ze het probleem van het niet luisteren van hun kind kunnen oplossen waarvoor ze een directe oplossing verwachten. Opvoeders kwamen tot de conclusie dat de cursus vaardigheden leert om problemen te voorkomen en op te lossen die niet per se bij het kind liggen. Opvoeders waarderen de Gordon-oudercursus over het algemeen positief, wat onder andere blijkt uit het hoge cijfer wat Zaanse ouders met betrekking tot de cursus gaven via het evaluatieformulier van de stichting NET.  

            De trainers van de cursus hebben minimaal HBO-niveau, hebben zelf deelgenomen aan een Gordon-cursus en hebben de training voor het geven van de Gordon-cursus met succes afgerond. Trainers zijn zelf verantwoordelijk voor het werven van deelnemers en dienen minimaal twee keer per jaar een cursus te geven om hun bevoegdheid te behouden. De manier van werven verschilt per trainer. Enkele voorbeelden zijn: folderen, adverteren in bladen, internetsites, bekendheid creëren bij verwijzers als kinderdagopvang, huisarts en consultatiebureau. Tijdens de cursusavond en de interviews met de trainers kwamen duidelijk het enthousiasme over het geven van de Gordon-cursus en de gedrevenheid in het geven van de cursus naar voren. De trainers zien meestal een omslag in de opvoedingshouding van de ouders; ze zien in dat het probleem waarmee ze in eerste instantie kwamen niet door het kind veroorzaakt wordt, maar door hun eigen opvoedingsgedrag. Deze omslag wordt door de als het doel en het nut van de cursus beschreven. Praktijkvoorbeelden en programma indeling worden door de trainers aangepast afhankelijk van de vragen van de ouders. Opvoeders met kinderen in de adolescenten leeftijd willen bijvoorbeeld meer informatie over het thema  waardenbotsingen.

            De stichting NET leidt onder andere trainers op, verstrekt het cursusmateriaal en stelt dit bij, bepaalt de minimumprijs van een cursus en neemt de evaluatieformulieren in ontvangst. De trainers hebben de ervaring dat stichting NET structureel te weinig doet aan het onder aandacht brengen van de oudercursus.

3.         Effectiviteit

De studie van Klein Poelhuis e.a. (2000) laat zien dat de Gordon-oudercursus deels effectief is. De onderzoekers hebben het effect van de Gordon-oudercursus  onderzocht door middel van een meta-analyse door te kijken naar het effect van de opvoedingshouding en het opvoedingsgedrag van de ouders, en het gedrag van het kind. De meta-analyse heeft betrekking op tien experimentele studies, waaronder één Nederlandse studie. De kwaliteit van de tien onderzoeken wordt door Klein Poelhuis e.a. veelal matig beoordeeld. Zij geven meerder mogelijke oorzaken. Een aantal voorbeelden zijn: het geven van sociaal wenselijke antwoorden, de gebruikte meetinstrumenten en het gegeven of de trainer al dan niet is opgeleid. De studies worden met elkaar vergeleken op gebruikte onderzoeksmethoden en er wordt nagegaan in hoeverre verschillen in uitkomsten tussen de studies verklaard kunnen worden op basis van een verschillende opzet.

Resultaten van de meta-analyse zijn dat de Gordon-oudercursus veel invloed uitoefent op de opvoedingshouding van ouders. Verder werden er significante verbanden gevonden met betrekking tot het aantal participanten, randomisatie en de inzet van getrainde of ongetrainde trainers. Een kleiner aantal participanten ging samen met een gemiddeld groter effect op de opvoedingshouding.  Bij de studies waar geen random toewijzing plaatsvond is het effect groter dan bij studie waar wel random toewijzing plaatsvond. Door het kleine aantal studies zijn er geen definitieve conclusies te trekken, maar het lijkt erop dat bij de studies waarbij er een getrainde trainer is, een groter effect wordt gevonden. De Gordon-oudercursus heeft een relatief zwak effect op het opvoedingsgedrag van de ouders evenals een bescheiden effect op het gedrag van het kind. De eerste mogelijke verklaring die hiervoor gegeven wordt is dat follow-up gegevens ontbreken, zodat eventuele effecten op lagere termijn niet gevonden worden. De tweede mogelijke verklaring is het ontbreken van observatie-instrumenten die mogelijke subtiele gedragsveranderingen meten. De Gordon-oudercursus is deels effectief omdat er positief verband werd gevonden met betrekking tot de opvoedingshouding en slechts een beperkt effect op het gedrag van de ouders en het kind.

4.         Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de claim van Gordon (1980, in Klein Poelhuis e.a. 2000) dat de cursus effecten heeft op drie aspecten van de opvoeding namelijk, opvoedingshouding en opvoedingsgedrag van de ouders en gedrag van het kind, deels bewezen is. De effectiviteit blijkt in de praktijk uit de door ouders ervaren en door trainers gerapporteerde omslag. Verder onderzoek moet nog uitwijzen dat het door Klein Poelhuis e.a. (2000) beschreven en door ouders en trainers omschreven effect van de opvoedingshouding op het gedrag van ouders en kind daadwerkelijk bestaat (Groenendaal, 1993, in Poelhuis e.a., 2000). Longitudinaal onderzoek en observaties kunnen hier mogelijk bijdragen aan het vinden van een eventueel effect. Meer onderzoek is dan ook nodig om de effectiviteit van een populaire oudercursus binnen de opvoedingsondersteuning te blijven garanderen in een volgend decennium.

5.         Literatuur

  •  http://www.gordontraining.nl
  • http://www.gordontrainingamsterdam.nl
  • http://www.jeugdinterventies.nl/smartsite.dws?id=37990&recordnr=73
  • Gordon, T. (1970). Luisteren naar kinderen. De nieuwe methode voor overleg in het gezin. Elsevier: Amsterdam/ Brussel. Vertaald door: Buitenrust Hettema- van Coevorden, R.
  • Poelhuis, C., IJzendoorn, R. en Juffer, F. (2000). Het effect van het Gordon Ouderprogramma, de ‘Parent Effectiveness Training’: een meta-analyse. Pedagogiek. Jaargang 20, nr. 3.

 

  • Vandemeulebroecke, L., Van Crombrugge, H., Janssens J. en Colpin, H. (2002). Gezinspedagogiek-deel 2: opvoedingsondersteuning. Garant: Leuven/ Apeldoorn. 125-149.
  • http://www.gordontraining.nl
  • http://www.gordontrainingamsterdam.nl
  • http://www.jeugdinterventies.nl/smartsite.dws?id=37990&recordnr=73
  • Gordon, T. (1970). Luisteren naar kinderen. De nieuwe methode voor overleg in het gezin. Elsevier: Amsterdam/ Brussel. Vertaald door: Buitenrust Hettema- van Coevorden, R.
  • Poelhuis, C., IJzendoorn, R. en Juffer, F. (2000). Het effect van het Gordon Ouderprogramma, de ‘Parent Effectiveness Training’: een meta-analyse. Pedagogiek. Jaargang 20, nr. 3.
  • Vandemeulebroecke, L., Van Crombrugge, H., Janssens J. en Colpin, H. (2002). Gezinspedagogiek-deel 2: opvoedingsondersteuning. Garant: Leuven/ Apeldoorn. 125-149.

 

terug naar introductie